| De
asbus en de voorlopige bewaring van de as
Volgens de wet moet na de crematie de as met het vuurvaste
identiteitssteentje overgebracht worden in een asbus welke hermetisch
wordt afgesloten. Op de bus moeten de naam en voorletters, alsmede het
registratienummer van de overledene aangebracht worden in onuitwisbare
letters. Deze gegevens mogen gedurende 20 jaar niet verwijderd en/of
onleesbaar worden gemaakt. Ook mag de bus gedurende die 20 jaar niet
geopend worden dan behalve voor verstrooiing
(ruiming) op een daartoe bestemd terrein
of plaats (b.v. de zee). De asbus moet gedurende één maand na de crematie
in het crematorium blijven voordat verstrooiing of medeneming kan plaatsvinden.
Dit geldt ook voor asbussen welke uit het buitenland afkomstig zijn.
De as die naar het buitenland verzonden moet
worden ter bijzetting of verstrooiing, mag niet eerder dan één
maand na de crematie naar het buitenland worden verzonden. De maand
termijn is gesteld om -indien noodzakelijk- nog onderzoek te kunnen
doen naar de eventuele doodsoorzaak van de overledene.
Uitzonderingen
op de bewaartermijn van één maand in het crematorium
Men kan om verschillende redenen afwijken van de termijn van één maand
bewaring in het crematorium. Bijvoorbeeld omdat men de asbus in het
buitenland wil bijzetten in een graf of om religieuze redenen de as
daar snel verstrooid wil hebben etc. In die gevallen dient men zich
te wenden tot de officier van justitie in de plaats en/of regio waar
de overledene is overleden. Met zijn toestemming kan de verplichte termijn
van 1 maand bewaring eventueel verkort worden. |