| Na
de plechtigheid
Als de plechtigheid in de aula is afgelopen, wordt de kist naar de invoerruimte
gebracht. Dit is de ruimte waar de crematieovens staan.
Op
verzoek van de nabestaanden kunnen de bloemen en bloemstukken naar het
columbarium worden gebracht. Het columbarium is het gedeelte, bijvoorbeeld
een nissenmuur, waar de asbussen staan. Ook kunnen de bloemen en bloemstukken
naar een bloemenheuvel of tafel worden gebracht. Elk crematorium heeft
zijn eigen voorzieningen op dit gebied. Men kan de bloemen ook meenemen
of laten vernietigen. Een andere mogelijkheid is de bloemen bij de kist
te laten.
De
kaartjes en de rouwlinten van de bloemstukken gaan terug naar de nabestaanden.
In een aantal crematoria worden enkele bloemen samengebonden in een
bloemenkoker, welke door de uitvaartverzorger aan de familie kan worden
aangeboden.
Bij een aantal crematoria gaat dit samen met informatiemateriaal over:
1. beeld/geluidsopnames van de plechtigheid
2. mogelijke asbestemmingen.
De
invoerruimte
Alvorens de kist kan worden ingevoerd, moet een medewerker van het crematorium
eerst enkele documenten controleren. Dit zijn het gemeentelijk verlof
tot verbranding (WLB. art.11) en het document met het registratienummer
(WLB. art.8 lid 2). De medewerker controleert de namen en het nummer
van het document en van de kist.
Zijn de documenten niet aanwezig of de nummers niet identiek, dan mag
er niet worden gecremeerd.
Identificatie
Na controle van de documenten komt er een vuurvast
steentje op de kist. Op dit steentje staat
een uniek nummer, het zgn. crematie identificatie-nummer. Dit vuurvaste
steentje blijft bij de kist tot de daadwerkelijke crematie heeft plaatsgevonden
en wordt met de as bewaard. Als er tot verstrooiing
wordt overgegaan wordt het steentje uit de as verwijderd.
Het
crematieproces
Ter bescherming van milieu en oven worden de eventueel aanwezige plastic
of metalen handvatten van de kist verwijderd.
Bij een temperatuur van tussen de 400°C en 700°C, afhankelijk van het
soort oven, wordt de kist tezamen met het vuurvaste steentje in de oven
ingevoerd. De
meeste crematieovens zijn computergestuurd, zodat het proces verder
vrijwel geheel automatisch verloopt.
In een agenda of een daarvoor speciaal aangemaakt document worden ter
dubbele controle en archivering de naam van de overledene, dag van overlijden,
registratie/documentnummer, nummer van het identificatie steentje en
tijd van invoer en ruiming genoteerd en ondertekend door de dienstdoende
medewerker.
Het
cremeren duurt, mede afhankelijk van het soort oven, tussen de anderhalf
en 4 uur en vindt in principe direct na de crematieplechtigheid plaats.
Het
ruimen van de oven
Nadat de crematie is voltooid wordt de oven geruimd. De aanwezige as
en metaalresten worden opgevangen in een aspan, een soort opvanglade.
Na afkoeling van de as worden eerst de metaalresten verwijderd. Dit
kunnen de metalen resten van de kist zijn, maar ook resten van sieraden,
het gebit of andere prothesen. Deze metaalresten worden in vrijwel elk
crematorium apart bewaard en regelmatig opgehaald door een bedrijf dat
deze metalen verder verwerkt.
De opbrengst hiervan wordt elk jaar aan een goed doel toegewezen, zoals
bijvoorbeeld het Rode Kruis of het Aidsfonds.
De
van metaalresten ontdane as gaat vervolgens door een ascremulator. Dat
is een soort centrifuge, waarin de asresten als het ware fijn gemalen
worden door middel van 2 of meer stalen ballen. Via een zeef komt
de as uit de cremulator in de asbus.
De
asbus
De
asbus, van metaal of van kunststof, wordt voorzien van de gegevens van
de overledene en de gegevens van het crematorium. Deze gegevens dienen
onuitwisbaar te zijn en daarom meestal in het deksel geponst. In deze
asbus wordt de as van de overledene minimaal een maand bewaard
in het crematorium.
|