Geschiedenis
De Doopsgezinden zijn ontstaan rond 1525, eerst in Zwitserland,
daarna via Duitsland en Frankrijk ook in Nederland, waar vanaf 1530 gemeenten
bestaan. Deze werden in de 16e eeuw wegens hun radicale, geweldloze en bijbelse
houding zowel door de overheid als door andere (staats-)kerken onderdrukt.
Vanaf de 17e eeuw konden ze als dissenters deelnemen aan de samenleving.
De doopsgezinden voelen zich een radicale tak van de reformatie, en werken
van harte mee binnen de oecumene. Wereldwijd voelen ze zich verbonden met
broederschappen in Duitsland, Frankrijk en Zwitserland, in Canada en de
USA en in groeiende mate in gebieden buiten Europa en Noord Amerika
Gezien de congregationalistische karakter van de doopsgezinde broederschap
legt de ADS geen leerstellige verplichtingen op. Wel is er een voortdurende
discussie over kwesties van belijden, maatschappelijke betrokkenheid en
met zekere regelmaat over liturgie.
Voorschriften bij de uitvaart
Gelet op het bovenstaande zal het niet verbazen dat er geen staande
voorschriften bestaan t.a.v. uitvaartrituelen. In 1948 verscheen een Kanselboek
waarin op sobere wijze enkele aanwijzingen voor begrafenis en crematie
zijn gegeven (zie literatuurlijst).
Een Doopsgezinde Werkboek Liturgie uit 1988 voegt daaraan enkele andere
suggesties toe (zie literatuurlijst). Momenteel wordt gewerkt aan een
herziening van het Kanselboek van 1948 (zie literatuurlijst). Geen van
deze geschriften pretendeert voorschriften te geven. Doopsgezinden zijn
zich goed bewust van grote culturele verschillen tussen stad en platteland,
en tussen het ene gebied en het andere. Wel zijn zaken van rouw en begrafenisrituelen
vergeleken bij de uit de 18e eeuw overgeleverde traditie 'verkerkelijkt';
destijds was sterven een puur seculier, natuurlijk gebeuren. De Doopsgezinden
werden (soms) in de Nederlands Hervormde kerk begraven.
De taken van de familie en de voorganger bij de
uitvaart
Sterven en begraven dragen voor Doopsgezinden geen sacramenteel
karakter. Een voorganger vervult er de gebruikelijke pastorale rol, maar
deze kan ook door een ander gemeentelid worden waargenomen. In overleg
met de stervende en/of diens verwanten wordt de orde van de uitvaart vastgesteld.
Deze kán plaats vinden vanuit een kerkgebouw en via een kerkdienst, maar
ook heel eenvoudig vanuit het sterfhuis geschieden.
De uitvaart zelf
Zoals boven is aangegeven, bestaan er geen vaste regels. Er is veel
ruimte voor persoonlijke invulling van een en ander, via het lezen van
bijbelgedeeltes (desgewenst door familieleden), muziek, meditatie, gebed.
Over het algemeen zal een uitvaart sober zijn wat zijn rituelen betreft.
het gebruik van kaarsen bijvoorbeeld komt niet vaak voor. Een uitvaart
via een volledige kerkdienst is eerder uitzondering dan regel, zeker in
de grote steden, maar wordt wel aangemoedigd dor de commissie die zich
met de herziening van het kanselboek bezig houdt. Een uitvaart via een
dienst van Schrift en tafel geschiedt alleen bij hoge uitzondering.
De
crematie
Veel van wat onder de uitvaart zelf is gesteld, geldt hier ook.
Er is geen enkel bezwaar tegen crematie onder Doopsgezinden.
De begrafenis
Veel van wat onder de uitvaart zelf is gesteld, geldt hier ook.
De as
Slechts hoogzelden geschiedt het, dat een voorganger bij de verstrooiing
van de as of de bijzetting van een urn aanwezig is.
Graf
Het onderhoud van een graf wordt gezien als een zuiver individuele zaak
van de familie.
Overige rituelen
geen.
Meer informatie
over de Doopsgezinde Broederschap is te verkrijgen bij:
Algemene Doopsgezinde Sociëteit
Singel 454
1017 AW Amsterdam
Tel. 020 - 62 30 914
Fax. 020- 62 78 919
Literatuur
Doopsgezinde Kanselboek 1948 (overlijdensafkondiging, begrafenis
en crematie)
Concept herziening kanselboek 1997 (Concept herziening kanselboek 1948
- 1998, medio 1998 beschikbaar)
Doopsgezind Werkboek liturgie 1988 (meeleven bij geboorte en sterven) |