| Deel 2
De
volgorde van de Requiemmis tot 1965 was meestal als volgt:
1. Inleidingszang:
meestal Kyrie
2. Gebed
3. Epistel
4. Evangelie
5. Offertoriumzang (Requiem)+ prefatie van de overledene
6. Communiezang
7. Na-communie gebed (gebed om berusting).
Aan het eind van de
Requiemmis werd dan veelal de absoute gezongen. Daarna besprenkelde de
priester de kist met wijwater en werd de kist gelijktijdig bewierookt
door misdienaars. De kerkgangers baden dan in stilte het onze vader. De
wierook kon dan als het ware de gebeden tot god brengen en herinnerde
gelijktijdig aan de hemelvaart van Christus.
Als de Requiemmis afgelopen was droeg men de kist de kerk uit. Tijdens
het uitdragen van kist werden dan veelal de klokken geluid. De kist werd
voorafgegaan door de priester die met een kwast met wijwater de loopweg
besprenkelde. Achter priester volgde een misdienaar met een kruis en daarachter
een misdienaar met een voor zich uitzwaaiend wierookvat. Achter de kist
sloten de kerkgangers zich dan aan, allereerst de familie en dan de overige
vrienden/kennissen en belangstellenden. Eenmaal buiten de kerk zette zich
de stoet zich lopend voort (of met de koets of auto, indien het kerkhof
niet in de buurt van de kerk was gelegen).
Eenmaal bij het graf aangekomen werd de kist boven het graf geplaatst
en werd er en onze vader en weesgegroet gebeden. Als de kist gedaald was
werd er door de priester een kruisteken boven het graf gemaakt met behulp
van de kwast met wijwater, een misdienaar zwaaide dan daarna nog een of
meerdere malen met het wierookvat boven het graf. Daarna kon men een voor
een knielen, een kruis slaan en een schepje aarde op het graf werpen.
Op de jaardag (1 jaar na het overlijden) werd dan veelal nog een herdenkingsmis
opgedragen ter herinnering aan de overledene
Deel
1
Deel 3
Avondwake
|