HOOFDSTUK III Van de akten en derzelver vorm, van de minuten, grossen, afschriften en repertoria |
| Art. 21. Notarissen mogen geen akten verlijden waarin zijzelf, hun echtgenoten of hun bloed- of aanverwanten in de rechte linie zonder onderscheid van graden en in de zijlinie tot de derde graad ingesloten, hetzij in persoon of door een vertegenwoordiger als partij optreden, hetzij zulk een partij vertegenwoordigen. Dit verbod is echter niet van toepassing in de gevallen dat de voormelde echtgenoten, en bloed- en aanverwanten als kopers, huurders, pachters, aannemers of borgen verschijnen in akten, waarbij in het openbaar gehouden verkopingen, verhuringen, verpachtingen, of aanbestedingen worden geconstateerd, of als leden van vergaderingen waarin van het verhandelde door een notaris proces-verbaal wordt opgemaakt. In geval van overtreding mist de akte authenticiteit en voldoet zij niet aan de voorschriften waarin de vorm van een notariële akte wordt geëist. De notaris is jegens belanghebbenden verplicht de schade te vergoeden. De plaatsvervanger die op aanbeveling van de vervangen notaris is aangewezen mag, behoudens het bepaalde in het tweede lid, op straffe van hetgeen in het derde lid wordt voorgeschreven, geen akte verlijden waarin de vervangen notaris, diens echtgenoot of diens bloed- of aanverwanten in de rechte linie zonder onderscheid van graden of in de zijlinie tot de derde graad ingesloten, hetzij in persoon of door een vertegenwoordiger als partij optreden, hetzij zulk een partij vertegenwoordigen. Art. 22. De notariële akten mogen geene beschikkingen of bepalingen inhouden ten voordeele van den notaris, ten wiens overstaan zij zijn verleden, van de getuigen, van de echtgenoot van den notaris of de echtgenooten der getuigen, of de bloed- of aanverwanten van den notaris en van de getuigen in de regte linie, zonder onderscheid van graden, en in de zijdlinie tot den derden graad ingesloten. Hetgeen hiertegen strijdig is, wordt voor niet geschreven gehouden; blijvende echter de akte overigens in haar geheel. Door de bepaling van dit artikel wordt geene verandering gebragt in de voorschriften van het Burgerlijk Wetboek omtrent uiterste willen. De bepaling van dit artikel is mede van toepassing op akten, verleden ten overstaan van den op aanbeveling van den notaris aangewezen plaatsvervanger, wat betreft den vervangen notaris, diens echtgenoot en diens in dit artikel genoemde bloed- of aanverwanten. Art. 23. De akten zullen worden verleden voor één notaris en, waar de wet dit eist, in tegenwoordigheid van een of meer getuigen. De tegenwoordigheid van twee getuigen is vereist bij akten welke uiterste wilsbeschikkingen inhouden, bij akten van teruggaaf van een uiterste wil en van herroeping van uiterste wilsbeschikkingen, bij akten houdende giften die terzake des huwelijks van het geheel of een gedeelte van een nalatenschap worden gedaan, bij akten van openbare verkopingen, verhuringen, verpachtingen en aanbestedingen en bij akten die om welke reden ook door een of meer der verschijnende personen niet ondertekend worden. In andere gevallen is de tegenwoordigheid van twee getuigen slechts vereist, indien de notaris dit verlangt. De vermelding van getuigen in een akte, welke zonder getuigen kan worden verleden, geldt als bewijs dat de notaris hun aanwezigheid heeft verlangd. De getuigen moeten aan den notaris bekend zijn, of derzelver identiteit en bevoegdheid aan hem, door een of meer der verschijnende personen, verklaard, en daarvan in de akte melding gemaakt worden. Zij moeten zijn meerderjarig en ingezetenen van het koningrijk, hunnen naam kunnen teekenen en de taal verstaan, waarin de akte verleden wordt. Art. 24. De echtgenoot en de bloed- en aanverwanten van de notaris of de partijen bij de akte, tot in de derde graad ingesloten, mogen niet tot getuigen worden genomen. Bij akten verleden door een plaatsvervanger, die op aanbeveling van den vervangen notaris is aangewezen, mogen mede niet tot getuigen genomen worden de vervangen notaris, diens echtgenoot of bloed- of aanverwanten tot in de derde graad ingesloten. In geval van overtreding van dit of van het vorige artikel mist de akte authenticiteit en voldoet zij niet aan de voorschriften waarin de vorm van een notariële akte wordt geëist, een en ander behoudens het geval van verzuim van de in het vorige artikel voorgeschreven vermeldingen. De notaris is jegens belanghebbenden verplicht de schade te vergoeden. Echtgenoten en bloed- of aanverwanten tot in den derden graad ingesloten, van koopers, huurders, pachters, aannemers of borgen bij openbare verkoopingen, verhuringen, verpachtingen, of aanbestedingen, mitsgaders van leden van vergaderingen, waarin van het verhandelde door eenen notaris proces-verbaal wordt opgemaakt, zullen daarbij echter als getuigen kunnen worden genomen. Art. 25. De bij het verlijden van een akte verschijnende personen en getuigen moeten aan de notaris bekend zijn. Hij stelt de identiteit van de voor hem verschijnende personen vast aan de hand van een document als bedoeld in artikel 1 van de Wet op de identificatieplicht (Stb. 1993, 660) of van een geldig rijbewijs als bedoeld in artikel 9, eerste lid, onder 3e, van de Wegenverkeerswet (Stb. 1935, 554) en vermeldt de aard en het nummer daarvan in de akte. Art. 26. Alle akten moeten de voornamen, den naam en de standplaats van den notaris uitdrukken. Zij moeten bovendien vermelden: 1º. naam, voornaam, geboortedatum en -plaats, woonplaats met adres en burgerlijke staat van de natuurlijke personen die blijkens de akte daarbij als partij optreden; 2º. aard, naam en woonplaats met adres van de rechtspersonen die blijkens de akte daarbij als partij optreden; 3º. dezelfde gegevens ten aanzien van natuurlijke personen en rechtspersonen die blijkens de akte de voormelde partijen vertegenwoordigden, alsmede de grond van hun bevoegdheid; telkens met dien verstande dat, zo opgave van één of meer dezer gegevens niet mogelijk is, de redenen daarvan worden vermeld; 4º. naam, voornaam, geboortedatum en -plaats en burgerlijke staat van iedere getuige, indien de akte in tegenwoordigheid van getuigen wordt verleden, alsmede van de getuigen, bedoeld in het vorige artikel; 5º. de plaats, het jaar, de maand en de dag, waarop de akte is verleden. Indien het betreft een akte, bestemd om te worden ingeschreven in de openbare registers, bedoeld in artikel 16, lid 1 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek, en de vermelding van uur en minuut, waarop de akte is verleden, in verband met die inschrijving van belang kan zijn, moeten ook deze worden vermeld. Bij overtreding van dit of het vorige artikel is de notaris jegens belanghebbenden verplicht de schade te vergoeden. Indien de akte de plaats, het jaar, de maand of de dag niet vermeldt, mist zij authenticiteit en voldoet zij niet aan de voorschriften waarin de vorm van een notariële akte wordt geëist. Art. 27. (Vervallen). Art. 28. De notariële akten moeten leesbaar, in onafgebroken zamenhang, zonder verkortingen, witte vlakken, gapingen of tusschenruimten worden geschreven of op andere wijze duurzaam op het materiaal gesteld; de noodzakelijke opengebleven onbeschreven vakken in het ligchaam der akten, moeten vóór de onderteekening, door een of meer duidelijke inktstrepen, voor verdere beschrijving onbruikbaar gemaakt worden; alle getallen ter bepaling van de hoeveelheid of hoegrootheid der zaken, welke in de akte worden vermeld, mitsgaders de tijdsaanduidingen, moeten in schrijfletters worden uitgedrukt, doch kunnen in cijfers worden herhaald of voorafgesteld. Het is echter geoorloofd om in volmagten, welke in originali worden uitgegeven, den naam van den gevolmagtigde oningevuld te laten, mitsgaders om in die, welke in minuut worden verleden, de voornamen van de gevolmagtigden alleen door de eerste letters aan te duiden. De notariële akten worden vervaardigd met deugdelijk materiaal. Bij algemene maatregel van bestuur kunnen voorschriften worden gegeven omtrent dit materiaal en omtrent de wijze waarop de tekst van de akte daarop wordt gesteld. Art. 29. De akten kunnen worden verleden in de taal, welke partijen verkiezen, mits de notaris dezelve versta. Art. 30. De verschijnende personen worden voor of tijdens het verlijden der akte in de gelegenheid gesteld kennis te nemen van de woordelijke inhoud van de akte. Indien de kennisneming niet op andere wijze heeft plaatsgevonden geschiedt zij door volledige voorlezing van de akte. Alvorens tot voorlezing wordt overgegaan, wordt de inhoud van de akte zakelijk aan de verschijnende personen opgegeven. Indien de verschijnende personen na de zakelijke opgave eenparig verklaren van de inhoud van de akte kennis te hebben genomen en op volledige voorlezing daarvan geen prijs te stellen, kan de voorlezing zich beperken tot: a. de vermelding van voornaam of voornamen, naam en standplaats van de notaris en van de datum en plaats van verlijden van de akte; b. dat gedeelte van de akte, hetwelk de omschrijving van de verschijnende personen en van de partijen omvat; c. het slot van de akte, met dien verstande dat de voorlezing hiervan in de gevallen bedoeld in het zesde lid wordt vervangen door voorlezing van de vermelding bedoeld in het slot van dat lid. Bij akten die in tegenwoordigheid van getuigen worden verleden is steeds volledige voorlezing vereist. De akten moeten door elk der verschijnende personen, onmiddellijk na voorlezing, worden onderteekend, ten ware zij mogten verklaren hunnen naam niet te kunnen teekenen of daarin verhinderd worden; zullende alsdan van deze hunne verklaring, alsmede van de reden van verhindering, uitdrukkelijk melding worden gemaakt. Bijaldien echter een of meer der verschijnende personen alleen bij een bijzonder gedeelte der akte belang hebben, of alleen bij zulk een gedeelte, als gehandeld hebbende, voorkomen, zal het voldoende zijn, dat dit gedeelte aan de zoodanigen voorgelezen en door hem of hen geteekend worde, en dat die voorlezing en onderteekening bij dit gedeelte der akte uitdrukkelijk worde vermeld. Bovendien moeten de akten, indien zij in tegenwoordigheid van getuigen worden verleden, door de getuigen, waaronder ook die in artikel 25 opgenoemd begrepen zijn, mitsgaders door den notaris worden onderteekend. Onmiddellijk voordat de notaris de akte ondertekent, neemt hij het uur en de minuut van zijn ondertekening in de akte op. In geval van overtreding van het derde tot en met het zesde lid en van de eerste zin van het zevende lid mist de akte authenticiteit en voldoet zij niet aan de voorschriften waarin de vorm van een notariële akte wordt geëist. Van de zakelijke opgave voorzien in het tweede lid van dit artikel en - indien geen volledige voorlezing heeft plaatsgehad - van de eenparige verklaring van de verschijnende personen, alsmede van de volledige of beperkte voorlezing en onderteekening moet uitdrukkelijk in het slot der akte worden melding gemaakt. Bij overtreding van een der bepalingen van dit artikel is de notaris jegens belanghebbenden verplicht de schade te vergoeden, met dien verstande dat hij in geval van kwade trouw tevens uit zijn ambt kan worden gezet. Art. 31. Wanneer bij akten van boedelbeschrijving, van openbaren verkoop, openbare verhuring of aanbesteding en bij andere akten, die niet opgemaakt worden tot bewijs van de verklaringen der verschijnende personen, maar alleen tot bewijs van handelingen of daadzaken, die ten overstaan van den notaris tijdens het verlijden der akte plaats hebben, een of meer der verschijnende personen weigeren hunnen naam te teekenen of zich vóór de sluiting der akte hebben verwijderd, zonder onderteekening, heeft de akte niettemin kracht van authentiek geschrift, indien van deze omstandigheid, en ingeval de reden van de weigering om te teekenen wordt opgegeven, ook daarvan uitdrukkelijk melding wordt gemaakt in de akte. Art. 32. De volmachten waaraan de verschijnende personen hun bevoegdheid ontlenen, worden aan de minuut gehecht. Indien krachtens mondelinge volmacht wordt gehandeld, wordt zulks in de akte vermeld. De notaris verklaart in de akte dat hem van het bestaan van de volmacht genoegzaam is gebleken. Indien hij het bestaan van een mondelinge volmacht niet genoegzaam gebleken acht, kan hij overlegging van een schriftelijke volmacht verlangen. Art. 33. Van de aanhechting bij het vorig artikel voorgeschreven, worden vrijgesteld: 1º. Volmagten, in minuut berustende onder den notaris, die over de akte staat waarbij de gevolmachtigde verschijnt; 2º. Volmagten, welke reeds zijn vastgehecht aan notariële akten in minuut onder hem berustende, mits hiervan in de akte worde melding gemaakt; bij verzuim waarvan de notaris in ieder geval zal verbeuren eene boete van ten hoogste tien gulden. Art. 34. Alle veranderingen en bijvoegingen moeten op den kant der akte geschreven worden, doch zijn alleen geldig voor zoo verre die ieder afzonderlijk door de verschijnende personen, welke de akte geteekend hebben, door den notaris en door de getuigen, indien de akte in tegenwoordigheid van getuigen wordt verleden, onderteekend of gewaarmerkt zijn. Ingeval eene verandering of bijvoeging te wijdloopig is, om op den kant der akte te worden geschreven, zal die achteraan, doch vóór het slot der akte, worden geplaatst, mits de bladzijde en de regel worden aangevuld, waartoe dezelve behoort, op straffe van nietigheid van elke op eene andere wijze of zonder deze aanduiding gedane verandering of bijvoeging. Het getal der bijgevoegde woorden of letters zal bij de bijvoeging of verandering moeten worden vermeld. Art. 35. Het is niet geoorloofd om in eene akte of in de veranderingen en bijvoegingen welke op den kant of vóór het slot derzelve zijn gesteld, eenige overschrijving, tusschenvoeging of bijvoeging van woorden of letters te doen, of die op de eene of andere wijze uit te schrappen of te doen verdwijnen en andere in derzelver plaats te stellen, op straffe van nietigheid der over of in de plaats geschrevene en der tusschen of bijgevoegde woorden of letters. Art. 36. Indien de doorhaling van woorden of letters in eene akte noodig mogt zijn, zal zulks moeten geschieden op zoodanige wijze, dat de doorgehaalde woorden of letters leesbaar blijven; derzelver getal zal op den kant der bladzijde naast de doorhaling of onder de verandering of bijvoeging, met aanduiding van den regel waarin de doorhaling heeft plaats gehad, worden vermeld; iedere vermelding zal afzonderlijk, even als de veranderingen en bijvoegingen, worden onderteekend of gewaarmerkt, of wel het getal van al de in eene akte doorgehaalde woorden of letters vóór het slot derzelve worden vermeld, mits de bladzijde en de regel worden aangeduid, waarin die voorkomen. Bij overtreding van een der bepalingen van dit of de twee voorgaande artikelen is de notaris jegens belanghebbenden verplicht de schade te vergoeden, met dien verstande dat hij tevens in geval van kwade trouw uit zijn ambt kan worden ontzet. Art. 37. De notaris is verplicht bij de vermelding krachtens artikel 89, lid 2 van Boek 3 van het Burgerlijk Wetboek van de titel van overdracht in de akte van levering steeds ook de geldelijke tegenprestatie te vermelden, ook al is deze voor de overdracht zonder belang. Zo met het oog op de inschrijving een uittreksel wordt afgegeven, is de notaris verplicht deze vermelding ook daarin op te nemen. Art. 37a. De in de vorige artikelen van dit hoofdstuk bepaalde vormvoorschriften en geldigheidsvereisten zijn niet van toepassing op akten van uiterste wil, van bewaargeving en van terugneming, opgemaakt ingevolge de artikelen 995-997 van het Burgerlijk Wetboek. Art. 38. De notarissen zijn verpligt minuut op te maken van alle te hunnen overstaan verledene akten, bij gebreke waarvan dezelve geene kracht van authentieke akte bezitten, en de notaris jegens belanghebbenden gehouden is de schade te vergoeden. Van deze verplichting zijn uitgezonderd akten van huwelijksaangifte en huwelijkstoestemming, van bekendheid, van volmacht of machtiging, van verklaring van het in leven zijn van personen en van het hun toebehoren van goederen van kwijting, van aanbod van betaling van protest, van erfrecht, van verbetering of aanvulling als bedoeld in de artikelen 23, 42 en 43 van de Kadasterwet, van verklaring van waardeloosheid van inschrijving in de openbare registers en van vermindering van bedragen waarvoor hypotheek is gevestigd, van verandering van een in een ingeschreven stuk gekozen woonplaats, van doorhaling of vermindering van verbanden en aantekeningen op de grootboeken der nationale schuld, benevens andere akten, waarvan de uitgifte in originali bij bijzondere wetten is toegelaten. Het zal geoorloofd zijn van deze alzoo in originali uit te geven akten, met uitzondering der volmagten, waarin de naam van den gevolmachtigde oningevuld is gebleven, twee, drie of meer gelijkluidende op hetzelfde oogenblik te verlijden en te doen teekenen, doch zal, in elk der gelijkluidenden van derzelver getal uitdrukkelijk melding worden gemaakt, terwijl allen slechts voor één en één voor allen in regten zullen gelden. Een verklaring van erfrecht kan tevens onderhands worden opgemaakt. Art. 38a. De artikelen 22, 26, eerste lid en tweede lid, aanhef en onder 5, 28, 29, 34, 35 en 36 zijn mede van toepassing op een verklaring van erfrecht De artikelen 21, 22, 25-36 en 38, eerste lid, zijn mede van toepassing op notariële verklaringen als bedoeld in de artikelen 26, 30, 34, 35 en 36 Kadasterwet. De in de vorige leden bedoelde verklaringen worden voor wat betreft de uitwendige bewijskracht en de bewijskracht van de daarin gerelateerde verrichtingen en waarnemingen van de notaris als een authentieke akte aangemerkt, tenzij krachtens een der in de vorige leden vermelde bepalingen authenticiteit ontbreekt. Art. 39. De notarissen zijn gehouden, om, in geval van overlijden of afwezigverklaring van den testateur, binnen veertig dagen, nadat zij daarvan kennis dragen, de belanghebbenden te verwittigen, dat de uiterste-wilsbeschikkingen van den overledene of afwezige onder hunne minuten berusten. Hetzelfde is van toepassing op akten, waarbij een uiterste wil is herroepen en op huwelijkscontracten, voor zoo verre dezelve schenkingen ter zake des doods behelzen. Art. 40. Behalve in de gevallen bij het 6de lid van art. 5, en bij de art 53 en 63 dezer wet voorzien, is alleen de notaris, bewaarder der minuten, bevoegd tot het afgeven van grossen, afschriften en uittreksels. Afgifte van afschriften enz., door andere notaris Ieder notaris heeft echter het regt om afschriften en uittreksels af te geven van alle akten, welke ten zijnen kantore als minuten nedergelegd, of aan eene andere akte vastgehecht zijn. De notarissen mogen ook afschriften en uittreksels maken van alle akten en stukken, welke te dien einde aan hen vertoond en, na met het afschrift of uittreksel vergeleken te zijn, teruggeven worden. Behoudens de bij de wet daaromtrent bepaalde uitzonderingen, moeten de uittreksels gelijkluidend zijn met de overgenomen gedeelten, en zal altijd het hoofd en slot der akte, alsmede de vermelding van al de handelende personen, derzelver betrekkingen of hoedanigheden, in het uittreksel moeten voorkomen. Aan het slot moeten worden gesteld de woorden: ,,Uitgegeven voor woordelijk gelijkluidend uittreksel''. Alles op eene boete van ten hoogste vijftig gulden, door den notaris te verbeuren. Bij het uitgeven eener eerste grosse zullen, op verbeurte van eene boete van ten hoogste honderd gulden, de dag der uitgifte en de naam van dengene ten wiens verzoeke dezelve geschiedt, door de notarissen op de minuut aangeteekend, en die aanteekening door hen gewaarmerkt worden. Art. 41. De notarissen mogen, onverminderd het omtrent holografische of onderhandse uiterste willen bepaalde, geen minuut hoegenaamd uit hun handen geven, anders dan in de gevallen bij de wet voorzien en krachtens een vonnis of bevelschrift van de rechter, met inachtneming van de bepalingen, bij het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering en dat van Strafvordering voorgeschreven. Art. 42. De notarissen mogen geene grossen, afschriften of uittreksels, noch inzage of mededeeling van den inhoud der akten geven, anders dan aan de onmiddellijk belanghebbende personen, hunne erfgenamen of regtverkrijgenden ten zij ten gevolge van een vonnis, onverminderd de bepalingen van de Registratiewet 1970 en de inschrijving in de openbare registers, ten aanzien van sommige akten bij de wet bevolen; alles op straffe eener boete van ten hoogste honderd gulden, en in geval van herhaalde overtreding, van schorsing in hunne bediening gedurende ten minste drie en ten langste zes maanden, behoudens de verplichting jegens belanghebbenden de schade te vergoeden. Onze Minister van Justitie kan echter onder door hem te stellen voorwaarden ook aan andere dan de in het eerste lid bedoelde personen verlof verleenen, inzage te nemen, of afschriften of uittreksels te vorderen van akten ouder dan zeventig jaar. Art. 43. Aan iederen onmiddellijk belanghebbende bij eene notariële akte, deszelfs erfgenamen of regtverkrijgenden, kan daarvan ééne grosse worden afgegeven. Deze moet, evenals de arresten en vonnissen, tot hoofd hebben de woorden: In naam des Konings, en tot slot: Uitgegeven voor eerste grosse, met vermelding van den naam van dengenen, ten wiens verzoeke van den dag waarop de uitgifte is geschied, alles op eene boete van ten hoogste vijftig gulden. Uittreksels of gedeelten van akten mogen niet als grossen worden uitgegeven, met uitzondering nogtans van verdelingen van gemeenschappen en van processen-verbaal van openbare verkoopingen, verhuringen, verpachtingen en aanbestedingen, waarvan het geoorloofd is voor iedere afzonderlijke toedeeling, koop, huur, pacht of aanneming, of voor al de door een en denzelfden persoon of personen gezamenlijk gedane koopen, huren pachten of aannemingen een uittreksel als grosse uit te geven, voor zoo verre die personen het proces-verbaal mede geteekend, of bij verhindering verklaard hebben door daarin opgenoemde beletselen niet te hebben kunnen teekenen; - de voorwaarden van verkooping, verhuring, verpachting of aanbesteding, zullen echter, voor zoo verre zij de betrokkene koopen, huren, pachten of aannemingen aangaan, in derzelver geheel in zoodanig uittreksel moeten opgenomen worden. Art. 44. Het afgeven van eene tweede of verdere grosse aan denzelfden belanghebbende, zal niet anders mogen geschieden dan op de wijze bij het Wetboek van Burgerlijke Regtsvordering bepaald, en zulks op straffe van schorsing in de bediening gedurende ten minste drie en ten langste zes maanden. Van dit uitgeven der tweede of verdere grosse zal bovendien op de minuut zelve aanteekening worden gemaakt, op de wijze en boete, bij het 5de lid van art. 40 dezer wet bepaald. Art. 45. Ieder notaris moet een zegel hebben, bevattende het Koninklijk wapen, en in het randschrift de eerste letters der voornamen, den naam, het ambt en de standplaats van den notaris. Alle door hem uit te geven akten, grossen, afschriften en uittreksels zullen een afdruk van dat zegel dragen en daarmede zal alle aanhechting van stukken geschieden. Het zegel wordt tevens gebezigd voor de verzegeling, bedoeld in artikel 658 van het Wetboek van Burgerlijke Rechtsvordering. Art. 46. De legalisatie der handteekening van den notaris op door hem als zoodanig uitgegeven stukken geschiedt, indien zij vereischt of door belanghebbenden verlangd wordt, door den voorzitter der regtbank van het arrondissement, waartoe zijne standplaats behoort. Art. 47. (Vervallen bij de Registratiewet 1917, Stb. 243). Art. 48. De notarissen zijn verpligt om, het zij zelven, het zij door eenen schriftelijk gemagtigde, binnen de twee eerste maanden van ieder jaar, ter griffie van de arrondissements-regtbank hunner standplaats over te brengen een door hen echt verklaard dubbel van het repertorium der akten, welke zij gedurende het afgeloopen jaar hebben verleden, op verbeurte eener boete van ten hoogste tien gulden voor de eerste, twintig gulden voor de tweede en dertig gulden voor de derde ingegane maand verzuim. Ingeval een notaris in den loop van een jaar geene akten verleden, noch afschriften of uittreksels van aan hem vertoonde akten of stukken vervaardigd heeft, zal hij binnen denzelfden termijn, op gelijke boeten, daarvan eene verklaring ter griffie moeten overleggen, of door eenen schriftelijk gemagtigde doen overleggen. Indien de overbrenging van het dubbel der repertoria of van de verklaring, niet voor den eersten Junij van ieder jaar heeft plaats gehad, zal de notaris, onverminderd deszelfs gehoudenheid tot betaling der boete in het eerste lid vermeld, voor den tijd van drie maanden in zijne bediening worden geschorst, en indien zulks vóór het eindigen derzelve nog niet is geschied, daarvan worden ontzet. Art. 49. Van deze overbrenging moet blijken door eene akte van bewaarneming, door den griffier opgemaakt en door den notaris of zijnen gemagtigde mede-onderteekend; deze akte zal door den griffier worden ingeschreven in een afzonderlijk register, gekantteekend door den voorzitter van de arrondissements regtbank. De volmagten zullen aan het register worden vastgehecht. Art. 49a. (Vervallen bij de wet van 12 januari 1977, Stb. 25). |