HOOFDSTUK IV
|
| Art. 50. 1. Het toezigt over de notarissen en de candidaat-notarissen wordt uitgeoefend door Kamers van Toezigt. Toezicht op kandidaat-notarissen Het toezigt over de candidaat-notarissen beoogt het verkrijgen van de noodige gegevens omtrent de aanspraken, die de candidaat-notaris kan doen gelden op eene benoeming tot plaatsvervanger en notaris. De Kamers worden gevestigd in de hoofdplaatsen der bij algemeenen maatregel van bestuur aan te wijzen arrondissementen. Het ressort eener Kamer kan zich uitstrekken over onderscheidene arrondissementen. Art. 50a. Eene Kamer van Toezigt bestaat uit vijf leden, den voorzitter inbegrepen, en vier plaatsvervangende leden. Het voorzitterschap van elke Kamer wordt waargenomen door den president der arrondissements-regtbank, zitting houdende in de gemeente waar de Kamer is gevestigd, of, bij verhindering, door een lid der regtbank door den voorzitter der Kamer aan te wijzen. De Griffier der arrondissements-regtbank, in het voorgaande lid bedoeld, staat der Kamer van Toezigt als secretaris ter zijde en is bewaarder van het archief dier Kamer. Met toestemming van den voorzitter kan hij zich als secretaris doen vervangen door een waarnemend griffier. Onze Minister van Justitie benoemt, telkens voor den tijd van drie jaren, twee leden, zoomede twee plaatsvervangende leden, onder wie, zoo mogelijk, een lid en een plaatsvervangend lid uit de kantonregters, wier standplaats gelegen is binnen den kring, waarover de Kamer toezigt houdt. De overige twee leden, zoomede twee plaatsvervangende leden, worden, eveneens voor den tijd van drie jaren, door de notarissen, gevestigd binnen den kring, waarover de Kamer toezigt houdt, uit hun midden benoemd. De kosten, aan de instelling en werking der Kamers verbonden, daaronder begrepen de vacatiegelden der leden, en de reis- en verblijfkosten der leden en van den secretaris komen ten laste van den Staat. Art. 50b. De wijze van benoeming van de uit de notarissen te kiezen leden en plaatsvervangende leden der Kamers, de inrigting dier Kamers, de wijze van uitoefening der haar opgedragen werkzaamheden, zoomede het bedrag der vacatiegelden der leden en de reis- en verblijfkosten van de leden en van den secretaris worden bij algemeenen maatregel van bestuur geregeld. De noodige huishoudelijke bepalingen worden door elke Kamer zelve vastgesteld bij bijzondere reglementen, welke aan de goedkeuring van Onzen Minister van Justitie onderworpen zijn. Art. 50ba. Ten aanzien van hen die deel uitmaken van een Kamer van Toezicht zijn de artikelen 14a-14e van de Wet op de rechterlijke organisatie van overeenkomstige toepassing, met dien verstande dat de Hoge Raad de voorzitter van een Kamer van Toezicht in de gelegenheid stelt mondeling of schriftelijk inlichtingen te verstrekken en van zijn gevoelen omtrent een aanhangige klacht als bedoeld in artikel 14a van genoemde wet te doen blijken, indien de klacht is gericht tegen een dergenen die naast hem deel uitmaken van die Kamer van Toezicht, en dat deze gelegenheid wordt geboden aan de president van het gerechtshof te Amsterdam, indien de klacht gericht is tegen een voorzitter van een Kamer van Toezicht. Art. 50bb. Een klacht tegen een notaris wordt schriftelijk ingediend bij de voorzitter van de Kamer van Toezicht waaronder de notaris ressorteert. Indien de klager daarom verzoekt, is de secretaris van de Kamer van Toezicht hem behulpzaam bij het op schrift stellen van de klacht. De voorzitter kan de klager en de notaris, tegen wie een klacht is gericht, horen of door een ander lid doen horen. De voorzitter kan kennelijk niet-ontvankelijke en kennelijk ongegronde klachten, alsmede klachten die naar zijn oordeel van onvoldoende gewicht zijn bij met redenen omklede beschikking afwijzen. Hij brengt klachten, die niet in der minne worden opgelost of door hem afgewezen, ter kennis van de Kamer van Toezicht. Van een en ander wordt schriftelijk kennis gegeven aan de klager en aan de betrokken notaris, in geval van afwijzing van een klacht aan de klager bij aangetekende brief. Tegen de beslissing van de voorzitter tot afwijzing van een klacht kan de klager binnen veertien dagen na verzending van de kennisgeving schriftelijk verzet doen bij de Kamer van Toezicht. Ten gevolge van het verzet vervalt de beslissing, tenzij de Kamer van Toezicht het verzet niet-ontvankelijk of ongegrond verklaart. Is de Kamer van Toezicht van oordeel dat de klacht kennelijk niet-ontvankelijk, kennelijk ongegrond of van onvoldoende gewicht is, dan kan zij zonder nader onderzoek het verzet ongegrond verklaren, echter niet dan na de klager in de gelegenheid te hebben gesteld te worden gehoord. De beslissing tot niet-ontvankelijkverklaring of ongegrondverklaring van het verzet is met redenen omkleed. Daartegen staat geen rechtsmiddel open. Van de beslissing wordt schriftelijk kennis gegeven aan de klager en aan de betrokken notaris. Art. 50c. De notaris, die zijn ambtsplichten verwaarloost, zich schuldig maakt aan enig handelen of nalaten in strijd met de zorg, die hij behoort te betrachten ten opzichte van degenen te wier behoeve hij optreedt, dan wel anderszins handelt in afwijking van hetgeen in zijn ambt betaamt, kan voor zover daartegen bij deze wet niet uitdrukkelijke straf is bedreigd, door de Kamer van Toezicht worden: a. berispt; b. berispt met waarschuwing, dat indien andermaal door hem een der in de aanhef bedoelde handelingen of verzuimen wordt gepleegd, een voordracht tot afzetting in overweging zal worden genomen; c. voorgedragen tot afzetting. De Kamer kan bij het opleggen van een berisping of een berisping met waarschuwing, indien enig door deze bepaling beschermd belang dat vordert, besluiten tot openbaarmaking op door haar te bepalen wijze van de opgelegde maatregel, al dan niet met de gronden waarop hij rust. De Kamer spreekt, indien de klager daarom verzoekt, in haar beslissing, tenzij deze een voordracht tot afzetting inhoudt, met redenen omkleed uit of de notaris tegen wie de klacht is ingediend, jegens de klager de zorgvuldigheid heeft betracht die een notaris betaamt. De Kamer kan een dergelijke uitspraak, indien zij daartoe voldoende grond aanwezig acht, ook ambtshalve doen. De behandeling door de Kamer van Toezicht geschiedt in het openbaar. De Kamer kan om gewichtige redenen bevelen, dat de behandeling geheel of gedeeltelijk met gesloten deuren zal plaatsvinden. De Kamer neemt geen beslissing dan na verhoor of behoorlijke oproeping van de notaris en, indien een aanklacht is ingediend, van de klager. De oproepingen geschieden bij aangetekende brief ten minste zeven dagen voor het verhoor. De klager en de notaris kunnen zich doen bijstaan door een raadsman. De secretaris van de Kamer stelt de klager en de notaris tijdig tevoren in de gelegenheid om van de op de zaak betrekking hebbende stukken kennis te nemen. Zij kunnen afschriften of uittreksels van die stukken vragen. Met betrekking tot de voor de verstrekking van afschriften of uittreksels in rekening te brengen vergoedingen en met betrekking tot kosteloze verstrekking is het terzake bepaalde bij of krachtens de Wet tarieven in burgerlijke zaken van overeenkomstige toepassing. Van de beslissing van de Kamer, die met redenen dient te zijn omkleed, wordt bij aangetekende brief kennisgegeven aan de notaris en, indien naar aanleiding van een klacht is beslist, aan de klager. De berisping wordt door den voorzitter uitgesproken in eene vergadering der Kamer, te houden nadat de beslissing in kracht van gewijsde is gegaan. Indien de notaris, hoewel daartoe bij aangeteekenden brief opgeroepen, in die vergadering niet verschijnt, wordt de berisping hem bij aangeteekenden brief medegedeeld. De openbaarmaking van de berisping, voor zover de Kamer daartoe heeft besloten, vindt eveneens plaats nadat de beslissing in kracht van gewijsde is gegaan. De voordracht tot afzetting wordt gedaan aan het gerechtshof te Amsterdam. Art. 50d. De Kamer is bevoegd den notaris, tegen wien een ernstig vermoeden is gerezen, dat hij een der in het voorgaande artikel bedoelde handelingen of verzuimen heeft gepleegd, voor een termijn van ten hoogste zes maanden ongevraagd verlof te verleenen; zij kan deze termijn éénmaal voor ten hoogste zes maanden of totdat op een door haar gedane voordracht tot afzetting zal zijn beslist verlengen. Zoo mogelijk wordt de notaris te voren gehoord. De Kamer kan steeds den termijn verkorten. In dringende gevallen is de voorzitter der Kamer bevoegd dat verlof te geven voor ten hoogste veertien dagen. De notaris is gedurende den tijd van het hem verleend ongevraagd verlof niet bevoegd zijne ambtsbediening uit te oefenen. Door den voorzitter der Kamer wordt, hetzij een ter plaatse bevoegd notaris, hetzij een candidaat-notaris uit het ressort der Kamer als plaatsvervanger aangewezen. De voorzitter treft tevens, indien noodig, eene regeling, te gelden tusschen den vervangen notaris en den plaatsvervanger, omtrent het honorarium. Hij kan de door hem getroffen regeling naar omstandigheden wijzigen. Art. 50e. De Kamer is bevoegd getuigen te hooren. De getuigen zijn verplicht te verschijnen en getuigenis af te leggen. De oproeping geschiedt op de wijze, door den voorzitter te bepalen. Oproeping door middel van dagvaarding geschiedt bij deurwaarders-exploit. Bij de tweede of verdere dagvaarding van een niet verschenen getuige kan de Kamer een bevel tot medebrenging voegen. Het openbaar ministerie verleent desverlangd zijne tusschenkomst bij de tenuitvoerlegging. De getuigen worden beëedigd de waarheid en niets dan de waarheid te zullen zeggen. Het verhoor heeft plaats in tegenwoordigheid van de notaris en van de klager, althans nadat dezen daartoe ten minste zeven dagen tevoren bij aangetekende brief zijn opgeroepen. Ten aanzien van het verschooningsrecht van getuigen vinden de artikelen 217-219 van het Wetboek van Strafvordering overeenkomstige toepassing. Aan getuigen wordt op hun verlangen door den voorzitter vergoeding toegekend op den voet van het tarief, vastgesteld ingevolge artikel 54, eerste lid, der Beroepswet. De kosten van de verrigtingen van deurwaarders worden berekend op den voet van het tarief van geregtskosten in strafzaken. Art. 50f. Binnen veertien dagen na de dagtekening van de in artikel 50c, vierde lid, bedoelde aangetekende brief kunnen de notaris en de klager bij verzoekschrift van de beslissing van de Kamer van Toezicht, behoudens voorzover deze een voordracht tot afzetting inhoudt, in hoger beroep komen bij het gerechtshof te Amsterdam. De griffier van het hof geeft door toezending van een afschrift van het verzoekschrift van het instellen van het beroep onverwijld kennis aan de Kamer van Toezicht, aan de notaris, indien het beroep door de klager is ingesteld, en aan de klager, indien het beroep door de notaris is ingesteld en de Kamer van Toezicht naar aanleiding van een klacht heeft beslist. Het beroep wordt behandeld in een openbare zitting van de burgerlijke kamer van het gerechtshof. Het hof kan om gewichtige redenen bevelen, dat de behandeling geheel of gedeeltelijk met gesloten deuren zal plaatsvinden. Artikel 50e vindt overeenkomstige toepassing. Het geregtshof noodigt de Kamer van Toezigt uit de noodige inlichtingen te verstrekken. Het gerechtshof beslist, het openbaar ministerie gehoord, na verhoor of behoorlijke oproeping van de notaris en, indien de Kamer van Toezicht naar aanleiding van een klacht heeft beslist, van de klager. De oproepingen geschieden bij aangetekende brief ten minste zeven dagen voor de dag der behandeling. De notaris en de klager kunnen zich doen bijstaan door een raadsman. De griffier stelt de notaris en de klager tijdig te voren in de gelegenheid om van de op de zaak betrekking hebbende stukken kennis te nemen. Zij kunnen afschriften of uittreksels van die stukken vragen. Met betrekking tot de voor de verstrekking van afschriften of uittreksels in rekening te brengen vergoedingen en met betrekking tot kosteloze verstrekking is het terzake bepaalde bij of krachtens de Wet tarieven in burgerlijke zaken van overeenkomstige toepassing. Het geregtshof kan: a. het hoger beroep ongegrond verklaren, b. zelf met toepassing van artikel 50c, eerste lid, en in verband daarmee van artikel 50g een maatregel opleggen, of c. verklaren dat er geen grond bestaat voor het opleggen van een maatregel. Indien alleen de notaris hoger beroep heeft ingesteld kan het gerechtshof slechts met eenparigheid van stemmen de opgelegde maatregel verzwaren. Artikel 50c, tweede lid, is met betrekking tot de beslissing van het gerechtshof van overeenkomstige toepassing. De beslissing, die met redenen dient te zijn omkleed, wordt in het openbaar uitgesproken. De griffier geeft van de beslissing onverwijld kennis aan de notaris en de Kamer van Toezicht, alsmede aan de klager, indien de Kamer van Toezicht naar aanleiding van een klacht heeft beslist. In geval van wijziging van de berisping spreekt de president van het geregtshof deze uit. Het voorlaatste lid van artikel 50c vindt overeenkomstige toepassing. Art. 50g. Afzetting van den notaris, na de voordragt daartoe overeenkomstig artikel 50c, geschiedt door de burgerlijke kamer van het geregtshof. De bepalingen van het tweede, derde en vierde lid van het voorgaande artikel vinden toepassing. Acht het geregtshof geen termen aanwezig voor afzetting, dan kan den notaris worden opgelegd eene berisping of eene berisping met zoodanige waarschuwing als het hof geraden zal oordelen. Alsdan vindt het laatste lid van het voorgaande artikel overeenkomstige toepassing. Met betrekking tot de beslissing van het gerechtshof is artikel 50c, eerste lid, laatste volzin, en tweede lid, van overeenkomstige toepassing. De griffier geeft van de beslissing onverwijld kennis aan de notaris, de Kamer van Toezicht en, indien de Kamer van Toezicht naar aanleiding van een klacht heeft beslist, de klager. Art. 51. Bij het vonnis of arrest, waarbij een notaris tot eene gevangenisstraf wordt veroordeeld, kan, op requisitoir van het openbaar ministerie, zijne ontzetting uit het notarisambt worden uitgesproken. De notaris, die in staat van faillissement verklaard is, surséance van betaling verkregen heeft of wegens schulden gegijzeld is, kan, op vordering van het openbaar ministerie, na verhoor of behoorlijke oproeping uit zijn ambt worden ontzet. Art. 52. De notaris, die door ouderdom, zwakte of aanhoudende ziels- of ligchaamsziekte ongeschikt is tot de uitoefening zijner bediening, kan op voordragt van de Kamer van Toezigt, tot welker ressort zijne standplaats behoort, en na door haar in zijn belang te zijn gehoord of daartoe behoorlijk te zijn opgeroepen, door Ons eervol worden ontslagen. Art. 53. Wanneer een notaris door ziekte of andere omstandigheden tijdelijk verhinderd wordt om zijne ambtsbediening uit te oefenen, zal, op daartoe door hem, zijne echtgenoote of een zijner bloedverwanten of aangehuwden te doen verzoek, of bij gebreke daarvan ambtshalve, door den voorzitter van de Kamer van Toezigt, tot welker ressort zijne standplaats behoort, hetzij een notaris, hetzij een candidaat-notaris uit het ressort dier Kamer als plaatsvervanger worden aangewezen. Wanneer het verzoek in het vorige lid bedoeld door den notaris geschiedt, kan hij daarbij eenen candidaat-notaris tot plaatsvervanger aanbevelen. Wordt de aanbevolene aangewezen, dan is de notaris, behoudens zijn verhaal op den plaatsvervanger, tegenover derden hoofdelijk met hem aansprakelijk. Zoodra de reden der verhindering vervallen is, zal de voorzitter der Kamer van Toezigt, hetzij op verzoek van den notaris, hetzij ambtshalve, die aanwijzing intrekken. Eerst na die intrekking zal de vervangen notaris zijne ambtsbediening hervatten. Art. 54. Van de overtredingen dezer wet neemt, op de vervolging van het openbaar ministerie, de burgerlijke regter kennis, voor zoover de kennisneming daarvan niet behoort aan de Kamers van Toezigt. De vervolgingen worden, wat den vorm van procederen en dus ook de bewijsmiddelen, mitsgaders wat de bevoegdheid tot hooger beroep en cassatie betreft, behandeld als strafzaken ter kennisneming van de arrondissements-regtbank; des echter, dat omtrent het ophouden en te niet gaan van deze vervolgingen en omtrent de ten uitvoerlegging van arresten en vonnissen, de bepalingen van den 8sten Titel, eerste Boek, van het Wetboek van Strafrecht en van den eersten titel van het Vijfde Boek van het Wetboek van Strafvordering mede toepasselijk zijn. Art. 55. De regtsvordering tot schorsing van eenen notaris in de uitoefening zijner bediening, tot afzetting of tot veroordeeling in geldboeten ter zake van overtredingen dezer wet, en in de gevallen daarbij voorzien, zal zijn verjaard na verloop van twee jaren, te rekenen van den dag waarop de overtreding, op de wijze bij artikel 59 dezer wet vermeld, heeft kunnen worden geconstateerd. Art. 56. De straffen van schorsing en ontzegging worden opgelegd door de burgerlijke kamer der arrondissements-regtbank. Het onderzoek heeft plaats in raadkamer. De regtbank beslist niet dan na verhoor of behoorlijke oproeping van den beklaagde bij aangeteekenden brief van den griffier, inhoudende het den notaris ten laste gelegde feit en verzonden ten minste tien dagen vóór den dag tot het verhoor bepaald. De notaris kan zich bij het verhoor doen bijstaan door een advocaat of procureur, binnen het Rijk de praktijk uitoefenende. De uitspraak geschiedt in het openbaar. Van de ontzetting of schorsing wordt, nadat de uitspraak in kracht van gewijsde is gegaan, door het openbaar ministerie kennis gegeven aan de betrokken Kamer van Toezigt. Art. 57. Bijaldien de straf van schorsing, krachtens de bepalingen dezer wet, eenmaal tegen een notaris is uitgesproken, zal, wanneer hij andermaal schuldig wordt geoordeeld aan eene overtreding, welke zijne schorsing ten gevolge zou kunnen hebben, deze straf door zijne afzetting kunnen worden vervangen. Bij eene derde overtreding van zoodanigen aard moet de afzetting uitgesproken worden. Tegen het vonnis, waarbij de straf van schorsing of ontzetting is uitgesproken, wordt hooger beroep toegelaten bij het geregtshof tot welks regtsgebied de arrondissements-regtbank, die de straf heeft uitgesproken, behoort. Het wordt ingesteld bij verzoekschrift binnen veertien dagen na den dag der uitspraak en behandeld bij de burgerlijke kamer van het geregtshof. Het hof doet geen uitspraak dan na verhoor of behoorlijke oproeping van den appellant en na het openbaar ministerie te hebben gehoord. Het onderzoek heeft plaats in raadkamer. De notaris kan zich bij het verhoor doen bijstaan door een advocaat of procureur, binnen het Rijk de praktijk uitoefenende. De uitspraak geschiedt in het openbaar. Art. 58. (Vervallen bij de wet van 15 april 1886, Stb. 64, i.w.tr. 1 september 1886). Art. 59. De ambtenaren van de rijksbelastingdienst zijn verpligt, om, zoodra zij in de uitoefening hunner bediening eene overtreding van deze wet ontdekken, daarvan terstond bij proces-verbaal te doen blijken, en binnen drie dagen een afschrift van hetzelve aan den notaris uit te reiken. De processen-verbaal zullen, binnen eene maand na derzelver opmaking, aan den bevoegden officier worden opgezonden. Art. 59a. De strafbare feiten omschreven in deze wet worden met uitzondering van die genoemd in artikel 73d, beschouwd als overtredingen. Art. 60. Tot bepaling der hoegrootheid en vorm van taxatie van het honorarium der notarissen, gelijk mede van de verschotten, welke aan hen in rekening zullen worden geleden, zal, bij reglement van openbaar bestuur, een tarief worden vastgesteld. Het is aan de notarissen niet geoorloofd om voor de werkzaamheden, welke door hen als zoodanig worden verrigt, eenige andere belooning, onder welke benaming ook, in rekening te brengen, dan die welke bij het tarief is bepaald. Binnen den tijd van drie jaren na deszelfs invoering, zal dit tarief bij eene wet geregeld worden. |