HOOFDSTUK V
Van het bewaren en overbrengen van minuten, registers en repertoria


 

Art. 61.

De notarissen zullen hunne minuten, registers en repertoria zorgvuldig in eene regelmatige orde bewaren, en die steeds op eene voegzame en veilige plaats wegsluiten.

Art. 62.

Binnen vier en twintig uren na het overlijden van eenen notaris, is de bewindvoerende in zijnen boedel verpligt daarvan kennis te geven aan den voorzitter van de Kamer van Toezigt, tot welker ressort de standplaats van den overledene behoorde.

Ingeval van afwezigheid van den notaris van langer dan veertien dagen zonder verlof, rust gelijke verpligting tot kennisgeving op hen, die zijn archief onder zich hebben.

Ieder uit zijne betrekking ontslagen of naar een ander kanton verplaatste notaris is tot eene gelijke kennisgeving, binnen gelijken termijn na deszelfs ontslag of verplaatsing, verpligt.

Art. 63.

Door den voorzitter der Kamer van Toezigt, tot welker ressort de standplaats van den overleden, ontslagen of naar een ander kanton verplaatsten notaris behoorde of tot welker ressort de standplaats van den afwezigen notaris behoort, wordt, na ontvangst dezer kennisgeving of, bij gebreke daarvan, ambtshalve, ter waarneming van het vacante kantoor, hetzij een notaris, hetzij een candidaat-notaris uit het ressort dier Kamer als plaatsvervanger aangewezen.

Gelijke aanwijzing heeft plaats na ontvangst der kennisgeving van het openbaar ministerie van eene plaats gehad hebbende ontzetting of schorsing.

Art. 64.

De notaris is bij schorsing, verlof, tijdelijke verhindering en ingeval van verplaatsing naar een ander kanton, op straffe van ontzetting uit zijn ambt, verplicht aan de aangewezen notaris of candidaat-notaris vrije toegang tot zijn archief te verlenen en op diens, in opdracht van de belanghebbende gedaan, verzoek de voor de uitoefening van diens werkzaamheden vereiste inlichtingen uit zijn praktijkboekhouding te verschaffen.

Gelijke verplichtingen rusten op de ontslagen of ontzette notaris en op hen die het archief of de praktijkboekhouding onder zich hebben.

De rechtbank kan, bij niet voldoening aan in de vorige leden genoemde verplichtingen, op vordering van het Openbaar Ministerie de aangewezen notaris of candidaat-notaris machtigen, zich toegang tot het archief en inzage van de praktijkboekhouding, desnoods met behulp van de openbare macht, te verschaffen.

Art. 65.

De aangewezen notaris of candidaat-notaris neemt binnen twee weken na de dagteekening der aanwijzing, op straffe eener geldboete van ten hoogste tien gulden voor iedere ingegane week verzuim, de minuten, registers en repertoria van den notaris over en verrigt voorts ten aanzien daarvan al datgene, waartoe deze laatste bevoegd en verpligt was.

Ingeval van verplaatsing naar een ander kanton, ontslag, ontzetting of overlijden van een notaris, neemt de aangewezen notaris of candidaat-notaris binnen de termijn en op straffe van een geldboete, als in het vorige lid genoemd, tevens over van hen, die het notarieel archief onder zich hebben, de daartoe behorende dossiers en verdere bescheiden, welke volgens het gebruik met het protocol behoren te worden overgedragen, zoals copieën of copieboeken der brevet-akten en der successiememories, de klappers op de akten, op de dossiers en andere bescheiden, waaronder begrepen kaartsystemen, de kladrepertoria, de registers of kaartsystemen op de administratie van hypotheekrenten en pachten, dan wel uittreksels van laatstgenoemde registers, voor zover betrekking hebbende op het over te dragen protocol.

Art. 66.

Bij de overneming onderzoekt de plaatsvervanger of alle minuten, registers en repertoria, die ten kantore moeten zijn, aanwezig zijn.

Bij dat onderzoek moeten de leden van de Kamer van Toezigt desverlangd worden toegelaten.

De vervangen notaris of degeen die de minuten, registers en repertoria onder zich heeft, wordt door den plaatsvervanger, ten minste drie dagen te voren, bij aangeteekenden brief opgeroepen om bij dat onderzoek tegenwoordig te zijn.

Blijkt dat een of meer der minuten, registers of repertoria niet voorhanden zijn, zoo maakt de plaatsvervanger daarvan eene verklaring in triplo op, die door alle tegenwoordig zijnde personen wordt onderteekend.

Een der exemplaren wordt nedergelegd in het archief der Kamer van Toezigt, één ter hand gesteld aan den vervangen notaris of aan hem die zijn archief tijdens de overneming onder zich heeft, en één wordt door den plaatsvervanger behouden.

Deze verklaring vermeldt, wat de minuten aangaat, het jaar waarin zij zijn verleden en het volgnummer van het repertorium, en wat de registers en repertoria aangaat het tijdvak waarover zij loopen.

Blijkt bij de overneming, dat geene minuten, registers of repertoria ontbreken, dan wordt daarvan insgelijks eene verklaring in triplo opgemaakt en daarmede op dezelfde wijze gehandeld.

In deze verklaring wordt in het geval, omschreven in artikel 65, tweede lid, tevens vermeld de overneming door de plaatsvervanger van de daar bedoelde dossiers en verdere bescheiden.

De vervangen notaris of de plaatsvervanger, die zich schuldig maakt aan overtreding van een der voorschriften bij dit artikel gegeven omtrent de wijze van overneming der minuten, registers en repertoria, dossiers en verdere bescheiden wordt gestraft met eene geldboete van ten hoogste vijftig gulden.

Art. 67.

Heeft eene waarneming plaats ter zake van een den notaris verleend verlof, dan kan de notaris, onder zijne verantwoordelijkheid, den plaatsvervanger schriftelijk ontheffen van het bij het vorige artikel bedoelde onderzoek.

Afschrift van het bewijs dezer ontheffing wordt door den plaatsvervanger ingezonden aan de Kamer van Toezigt.

Art. 68.

Binnen acht dagen na het verstrijken van het verlof of de intrekking bedoeld in het voorlaatste lid van artikel 5, na het einde van eene schorsing of na de intrekking bedoeld in artikel 53, geeft de plaatsvervanger, op straffe eener geldboete van ten hoogste tien gulden voor iedere ingegane week verzuim, de door hem overgenomen minuten, registers en repertoria, en, zoo de plaatsvervanger een candidaat-notaris is, de door hem verleden akten, aan den vervangen notaris over.

Op deze overgifte is artikel 66 van toepassing.

Het aldaar bedoelde onderzoek heeft niet plaats, indien de notaris van de bevoegdheid, hem bij het eerste lid van het vorig artikel toegekend, heeft gebruik gemaakt.

Art. 68a.

Bij vervulling eener opengevallen standplaats, geeft de nieuw benoemde notaris, binnen eene week na zijne eedsaflegging, daarvan kennis aan den plaatsvervanger.

Binnen twee weken daarna geeft deze aan de nieuw benoemde notaris over de door hem overgenomen minuten, registers en repertoria benevens de in artikel 65, tweede lid, bedoelde, door hem overgenomen dossiers en verdere bescheiden. Is de plaatsvervanger een candidaat-notaris, dan geeft hij tevens de door hem verleden akten en de tijdens de waarneming vervaardigde dossiers en verdere bescheiden als bedoeld in artikel 65, tweede lid, over.

Binnen twee weken na de datum, waarop het aan de afgetreden notaris verleende ontslag ingaat, geschiedt gelijke overgifte door de afgetreden notaris aan de nieuw benoemde, ingeval deze laatste benoemd wordt met ingang van de datum, waarop het aan de eerste verleende ontslag ingaat.

In dit geval verrigt de nieuw benoemde notaris ten aanzien van de door hem overgenomen minuten, registers en repertoria al datgene, waartoe de afgetreden notaris bevoegd of verpligt zou zijn geweest.

Binnen drie maanden nadat de nieuw benoemde notaris de minuten, registers en repertoria heeft overgenomen, brengt hij deze, voor zoover zij op den eersten Januarij van het jaar, waarin de overneming plaats had, ouder zijn dan dertig jaren en zij niet vallen onder het bereik van artikel 69a, over naar de algemeene bewaarplaats bedoeld bij artikel 69.

De notaris, die verzuimt zoodanige overbrenging binnen den bepaalden tijd te doen, wordt gestraft met eene geldboete van ten hoogste tien gulden voor iedere ingegane week verzuim.

Na vervulling ener opengevallen standplaats zijn degenen, die de praktijkboekhouding onder zich hebben, gehouden, op een in opdracht van de belanghebbende gedaan verzoek van de bewaarder van het protocol, aan deze daaruit de voor de uitoefening van diens werkzaamheden vereiste inlichtingen te verschaffen. Zij zijn bevoegd zich van die gehoudenheid geheel of gedeeltelijk te bevrijden door gehele of gedeeltelijke afgifte van de praktijkboekhouding aan de bewaarder van het protocol.

Art. 68b.

Indien de opengevallen standplaats niet wordt vervuld en de waarneming opgedragen was aan een notaris, blijft deze met de bewaring der minuten, registers en repertoria belast.

Het vijfde en het zesde lid van het vorige artikel zijn op hem van toepassing, met dien verstande, dat de termijn van drie maanden begint te loopen van de dagteekening der beslissing dat de opengevallen standplaats niet zal worden vervuld.

Was de waarneming opgedragen aan een candidaat-notaris, dan wijst de Kamer van Toezigt, tot welker ressort de niet vervulde standplaats behoort, een notaris aan, die met de bewaring der minuten, registers en repertoria zal worden belast.

In het laatste geval geeft de notaris, binnen ééne week na de dagteekening van het besluit der Kamer, van zijne aanwijzing kennis aan den plaatsvervanger. Deze geeft binnen twee weken daarna de door hem overgenomen minuten, registers en repertoria en de door hem verleden akten, aan den aangewezen notaris over.

Op den aldus aangewezen notaris zijn het vijfde en het zesde lid van het vorige artikel van toepassing.

De in dit en in het vorige artikel bedoelde overgifte en overbrenging geschieden op de wijze bij artikel 66 voorgeschreven.

Art. 69.

In de hoofdplaats van elk arrondissement wordt in het gebouw, alwaar de regtbank zitting houdt, of in zoodanig ander gebouw als daartoe door Ons zal worden aangewezen, eene algemeene bewaarplaats der minuten, registers en repertoria opgerigt, staande onder toezigt der Kamers van Toezigt.

Door de Kamer van Toezigt, tot welker ressort die hoofdplaats behoort, wordt uit de notarissen, standplaats hebbende in de hoofdplaats van het arrondissement, aangewezen:

1º. een notaris, aan wien de bewaring der zich aldaar bevindende stukken zal zijn opgedragen en die bevoegd en verpligt zal zijn om ten aanzien daarvan al datgene te verrigten, waartoe de notarissen ten aanzien van hunne minuten, registers en repertoria bevoegd en verpligt zijn, zonder dat eenig stuk buiten de bewaarplaats zal mogen worden gebragt, anders dan in de gevallen bij artikel 41 vermeld, op straffe eener boete van vijftig gulden bij iedere overtreding;

2º. een notaris, bestemd om bij afwezigheid, schorsing, ontzetting, ontslag, verplaatsing of overlijden van den sub 1º. bedoelden notaris, dezen tijdelijk onder gelijke gehoudenheid te vervangen.

Deze vervanging duurt bij afwezigheid of schorsing gedurende den geheelen tijd daarvan, en in de overige gevallen totdat door de Kamer van Toezigt een ander als bewaarder zal zijn aangewezen, ten welken einde de plaatsvervanger gehouden zal zijn, zoodra hij als zoodanig optreedt, daarvan onmiddellijk aan de Kamer van Toezigt kennis te geven.

De aanwijzing door de Kamer van Toezigt geschiedt voor den tijd van vijf achtereenvolgende jaren, doch kan op verzoek of met toestemming van den betrokken notaris telkens voor denzelfden termijn worden verlengd.

Art. 69a.

Artikel 5 van de Archiefwet 1962 is niet van toepassing op de notariële archiefbescheiden.

Onze daarbij betrokken ministers kunnen de overbrenging naar de rijksarchiefbewaarplaatsen regelen van de notariële archiefbescheiden, welke ouder zijn dan vijfenzeventig jaar.

Art. 70.

Al de zich in een arrondissement in openbare bewaarplaatsen bevindende minuten van overleden of ontslagen notarissen, zullen binnen den tijd van zes maanden na het in werking brengen dezer wet, naar de in dat arrondissement opgerigte bewaarplaats worden overgebragt.

Art. 71.

Behoudens het bepaalde bij artikel 69a, mag de notaris, na magtiging der Kamer van Toezigt, alle onder hem berustende minuten, registers en repertoria, welke ouder zijn dan dertig jaar, in de algemeene bewaarplaats overbrengen.

De overneming geschiedt door den in artikel 69 aangewezen notaris op de wijze bij artikel 66 bepaald.

Art. 72.

(Vervallen bij de wet van 6 mei 1878, Stb. 29, i.w.tr. 15 mei 1878).